Zaaktypebeheer Ondersteunde inrichting

Uit ZaaksysteemWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemeen

Zaaktypen kunnen in het Zaaktypebeheer door de zaaktypebeheerders zelf ingericht worden naar de wensen van de organisatie. Het uitgangspunt is natuurlijk dat de regels niet gebruikt moeten worden om het proces volledig te automatiseren, maar het is in principe mogelijk om elke voorstelbare situatie te bouwen door de juiste combinatie van kenmerken, kenmerkgroepen, en regels die deze tonen, verbergen en automatisch invullen. Het systeem geeft deze vrijheid zodat de zaaktypebeheerder de inschatting zelf kan maken, maar dit betekent dat het systeem ook foute inrichtingen toelaat. Naarmate een zaaktype complexer wordt is de kans op foute inrichtingen groter.

Het aantal mogelijke scenario's is oneindig, maar op deze pagina wordt een poging gedaan om in grote lijnen hoe kenmerken en regels werken, en welke situaties daarom wel of niet ondersteund worden.

Kenmerken tonen en verbergen

Voor het tonen en verbergen van kenmerken zijn meerdere inrichtingen mogelijk. Wanneer inrichtingen complexer worden is de kans op conflicterende situaties groter. Bij een conflicterende situatie zullen de regels een ongewenst resultaat opleveren.

Een kenmerk in één situatie tonen

Dit is de meest standaard situatie. Een kenmerk moet getoond worden op basis van één voorwaarde, en als niet aan die voorwaarde voldaan wordt moet het kenmerk verborgen worden.

[Uitvouwen]

Goed is bijvoorbeeld:

[Uitvouwen]

Fout is bijvoorbeeld:


Een kenmerk in meerdere enkelvoudige situaties tonen

Deze situatie verschilt nauwelijks van bovenstaande situatie, maar in plaats van dat een kenmerk getoond moet worden onder één voorwaarde moet het ook getoond worden als aan een andere voorwaarde voldaan wordt.

[Uitvouwen]

Goed is bijvoorbeeld:

[Uitvouwen]

Fout is bijvoorbeeld:


Een kenmerk in meerdere meervoudige situaties tonen

Bovenstaande situatie werkt enkel als alle voorwaarden afzonderlijk bepalend zijn of de regel 'waar' is of niet, bijvoorbeeld: 'A of B of C of D'. Dit werkt echter niet wanneer er aan een set óf een andere set voorwaarden voldaan moet, bijvoorbeeld: ( A en B ) of ( C en D ).

Middels verberg/toon

Door kenmerken eerst te verbergen en dan enkel te tonen wanneer noodzakelijk wordt voorkomen dat er conflicterende situaties ontstaan.

[Uitvouwen]

Goed is bijvoorbeeld:

[Uitvouwen]

Fout is bijvoorbeeld:

Middels tussenkenmerk

Bovenstaande oplossing heeft in de meeste situaties de voorkeur. Enkel wanneer de acties die uitgevoerd moeten worden is het verstandig om de logica via een tussenkenmerk te leiden, omdat de acties dan minder beheer vereisen.

[Uitvouwen]

Goed is bijvoorbeeld:

[Uitvouwen]

Fout is bijvoorbeeld:



Kenmerken in meerdere fasen

Eén kenmerk kan in meerdere fasen opgenomen worden, maar omdat op beide kenmerkinstanties regelacties toegepast kunnen worden is de kans aanwezig dat hier conflicterende situaties bij ontstaan. Bijvoorbeeld wanneer een kenmerk in de ene fase getoond wordt, terwijl het in de andere fase verborgen wordt.

Een regel baseren op een kenmerk uit een andere fase

Een regel kan voor de voorwaarden en regelacties enkel kenmerken uit zijn eigen fase gebruiken, dus om dit te realiseren moet het kenmerk nogmaals opgenomen worden in de andere fase.

  • Het kenmerk moet ingesteld worden op 'systeemkenmerk', zodat voor de gebruiker het zaakdossier niet met een dubbel kenmerk vervuild is
  • Het kenmerk moet bovenaan de fase geplaatst worden, zodat het niet (per ongeluk) beïnvloed kan worden door de regelactie 'Verberg kenmerkgroep'
[Uitvouwen]

Goed is bijvoorbeeld:

[Uitvouwen]

Fout is bijvoorbeeld:


Een kenmerk in meerdere fasen tonen

Wanneer het gewenst is dat een kenmerk in twee fasen getoond wordt is het verstandig om ervoor te zorgen dat beide kenmerkinstanties in dezelfde situatie door dezelfde regelacties beïnvloed worden.

[Uitvouwen]

Goed is bijvoorbeeld:

[Uitvouwen]

Fout is bijvoorbeeld: